Stichting Veilige Paardensport

Persbericht Stichting Veilige Paardensport naar aanleiding van besluit Aequor

Het bestuur van Aequor heeft onlangs besloten en gepubliceerd dat zij het veiligheidscertificaat voor Aequor leerbedrijven met ingang van 1 augustus 2014 niet meer verplicht stelt. Dit heeft geleid tot onduidelijkheid en vragen aan de Stichting Veilige Paardensport (SVP). Met dit persbericht tracht SVP deze onduidelijkheid weg te nemen.

 

Ter bevordering van de veiligheid in de hippische sector kunnen houders van hippische accommodaties een veiligheidscertificaat (“VHC”) bij SVP aanvragen. De criteria voor het verkrijgen van het VHC zijn opgenomen in het handboek van SVP, dat is te downloaden van de site www.veiligpaardrijden.nl. Op verzoek van de hippische sector is het handboek dusdanig aangepast dat nagenoeg iedere accommodatie waar paarden en/of pony’s aanwezig zijn, het VHC kan verkrijgen, indien aan de gestelde criteria wordt voldaan.

 

Er bestaat (nog) geen wettelijke verplichting om te beschikken over het VHC. Aequor heeft in 2012 besloten voor de erkenning als leerbedrijf voor stagiaires om het VHC als voorwaarde te stellen. Deze beslissing is begrijpelijk en juist. Het verkrijgen van het VHC stelt aan (houders van) hippische accommodaties specifieke en op de hippische sector afgestemde eisen, die waarborgen dat ook stagiaires op een veilig wijze en onder deskundige leiding hun stage kunnen voltooien. Bovendien wordt door onaangekondigde inspecties door SVP ook periodiek gecontroleerd of (houders van) hippische accommodaties de veiligheidsvoorschriften blijven naleven, hetgeen bijvoorbeeld bij de wel wettelijk vereiste RI&E niet het geval is.

 

Anders dan Aequor is SVP van mening dat de specifieke risico’s van de omgang met paarden en pony’s niet te vergelijken zijn met de risico’s in overige agrarische sectoren. Deze specifieke risico’s blijken ook uit onderzoeken naar de hoeveelheid ongevallen in de hippische sport en de ernst van de opgelopen verwondingen. SVP is mede daarom van mening dat de hippische sector haar verantwoordelijkheid jegens beoefenaren van de paardensport, jegens stagiaires en ook jegens de ouders van de stagiaires moet nemen. Het laatste geldt overigens ook voor de onderwijsinstellingen. Met het verplicht stellen van het VHC in de gehele hippische sector neemt de sector haar verantwoordelijkheid op het gebied van veiligheid. Daarmee kan bovendien regulering van overheidswege worden voorkomen. Voor wettelijke voorschriften bestaat namelijk geen enkele aanleiding indien de sector overgaat tot zelfregulering.

 

Volledigheidshalve wijst SVP erop dat zij geen vertegenwoordiger heeft in de door Aequor in haar publicatie genoemde (werkgroepen van de) SRP en/of (het bestuur van) Aequor. De beslissing om alleen leerbedrijven met het VHC te erkennen is niet door SVP genomen, maar wel door SVP met wijzigingen van haar handboek zoveel mogelijk gefaciliteerd. Ook heeft SVP getracht de aan het VHC verbonden kosten te beperken (voor de kosten wordt eveneens verwezen naar www.veiligpaardrijden.nl).

 

Het bestuur van Aequor legt het toentertijd door haar genomen besluit zonder voorafgaand overleg met SVP thans ter zijde door te besluiten ook hippische accommodaties zonder VHC als leerbedrijf te erkennen. Dit terwijl het overgrote deel van de bij Aequor aangesloten bedrijven al over een VHC beschikt. SVP betreurt de beslissing van Aequor zeer en meent dat deze beslissing niet in het belang is van de hippische sector en in het bijzonder niet van de stagiaires, die bij bedrijven zonder VHC worden geplaatst. Desalniettemin blijft SVP zich inzetten voor de veiligheid in de hippische sector.